Orgel kleinHet orgel van de St. Nicolaaskerk dateert van omstreeks 1525 en is toegeschreven aan Jan Covelens. Het heeft als 'zwaluwnest' tegen de wand van de Nieuwezijdse Kapel te Amsterdam gehangen. In 1636 voorzag Levinus Eekman het van een tweede klavier. Na verloop van tijd werd het instrument op de zolder van de kapel opgeslagen, totdat pastoor van Heukelum uit Nieuwegein het in 1871 kocht voor de nog te bouwen St. Nicolaaskerk. Vanwege de rijk gedecoreerde laatgotische kas heeft het indertijd de toon aangegeven voor het ontwerp van de kerk en haar interieur. Het beeldhouwwerk van de kas is gerestaureerd door Friedrich Wilhelm Mengelberg. Maarschalkerweerd bouwde in de kas een nieuw orgel, met gebruikmaking van veel oorspronkelijk pijpwerk. De dispositie werd romantisch en registers als Gemshoorn, Tertiaan, Sesquialter en Quint moesten het veld ruimen ten faveure van de Flûte Harmonique, Doublette, Fernfluit en Violoncel.

In 1967 werd het instrument gerestaureerd door J.J. Elbertse & Zoon te Soest, die daarbij onder andere de gehele klaviatuur vernieuwde.

Bronnen: Utrechts Orgellandschap door Bert Wisgerhof en de kerkgids van de Taborparochie Nieuwegein.